WebsiteWoortmann9931.jpg

De B.V. en uw erfgenamen

Bij een B.V. zijn er nog extra aandachtspunten rondom een nalatenschap. Immers, de directeur-grootaandeelhouder van een B.V. heeft een bijzondere positie. Als eigenaar van alle of vrijwel alle aandelen en als enige directeur heeft hij de hele (economische) macht in eigen handen, net als wanneer hij een eenmanszaak had gehad. Wat gebeurt er nu als zo'n directeur-grootaandeelhouder (DGA) overlijdt?

De aandelen van de B.V. (bij een holdingstructuur, de aandelen in de holding) horen tot het privé-vermogen van de DGA en bij overlijden vallen ze in zijn nalatenschap. De onderneming behoort echter toe aan de B.V.. De DGA had ook de leiding van de onderneming. Door het overlijden eindigt deze leiding. Dit vererft niet.

Bij een B.V. zijn de vennoten, de aandeelhouders, in beginsel vervangbaar. Daarom kunnen de aandelen van de B.V. in andere handen komen door verkoop of bijvoorbeeld vererving. Deze overdraagbaarheid van aandelen kan worden beperkt waarmee de kring van aandeelhouders een besloten karakter krijgt - vandaar de benaming besloten vennootschap. De beperking van de overdraagbaarheid van aandelen noemt men blokkering of blokkade. Blokkeringclausules zijn clausules in de statuten die dat regelen en zijn er in vele varianten. Aandelen kunnen, zoals hiervoor is gebleken, ook worden verkregen door erfopvolging.

Blokkeringsregels om opvolging te verzekeren

De bedrijfsopvolging kan via blokkeringclausules in de statuten worden verzekerd. Een voorbeeld van zo'n blokkeringsclausule is dat bepaalde erfgenamen de verplichting hebben om de geërfde aandelen, tegen vergoeding van de waarde, aan hun mede-aandeelhouder(s) aan te bieden. Wanneer de beoogde bedrijfsopvolger aandeelhouder gemaakt wordt (daarvoor hoeft deze maar één aandeel te hebben) kan de aanbiedingsplicht al in het leven geroepen worden. Ook moet dan de zeggenschap in de onderneming worden geregeld. In ieder geval moet de DGA zijn beoogde opvolger als (mede-)directeur benoemen. Bij hem zal immers na het overlijden de dagelijkse leiding moeten komen te liggen. De overige bevoegdheden blijven liggen bij de gezamenlijke aandeelhouders. Tenzij iets anders geregeld wordt, zijn de erfgenamen de gezamenlijke aandeelhouders. Zij zouden daarmee in theorie de beoogde opvolger kunnen ontslaan want het benoemen en ontslaan van bestuurders is een wettelijk recht van aandeelhouders. Dat zal de bedoeling niet zijn van de DGA. Als hij na zijn overlijden wil worden opgevolgd door de door hemzelf beoogde persoon (dat kan zijn kind zijn) zijn aanvullende maatregelen nodig. De DGA moet zijn opvolger dan een zodanige juridische positie geven, dat deze zijn positie als directeur in eigen hand heeft.

De opvolging zeker stellen: via statuten of via certificering

De constructies die voor de opvolging worden gebruikt kunnen zowel in als buiten de statuten worden geregeld.

Statutaire regeling(en)

De eerste methode kan als volgt zijn: de statuten bepalen dat de benoeming van een bestuurder (directeur) gebaseerd zal zijn op een bindende voordracht. Het bestuur krijgt dan het recht een dergelijke voordracht op te stellen. Vereist is dat de voordracht binnen een in de statuten genoemde termijn moet zijn opgemaakt. Normaal gesproken komt het benoeming- en ontslagrecht toe aan de aandeelhouders. Bij deze constructie heeft het bestuur het dus zelf in de hand.

Een tweede methode is het creëren van zogenaamde prioriteitsaandelen. Prioriteitsaandelen zijn aandelen die extra rechten geven. Volgens de wet mag het recht op benoeming en ontslag van een bestuurder niet aan zulke aandelen worden verbonden. Maar het is wel toegestaan een aandeelhouder met prioriteitsaandelen het recht te geven een bindende voordracht te doen. Dat gebeurt dan ook vaak, al blijft een dergelijke voordracht (mits met een voldoende meerderheid van stemmen) aantastbaar door de aandeelhouders.

Kortom, de regeling van benoeming en ontslag van de directeur via de statuten kan nooit sluitend worden gemaakt. Een andere oplossing is het certificeren van aandelen en de oprichting van een stichting administratiekantoor.

Buiten de statuten: certificering

De bedoeling van het certificeren van aandelen is een scheiding aan te brengen tussen de zeggingsmacht (het stemrecht) die aan het aandeel verbonden is, en het financiële en economische belang van een aandeel (eigendom van de onderneming en uitkering van dividend). Dit wordt bereikt door de aandelen onder te brengen bij een zogenaamd administratiekantoor. Het administratiekantoor is niets anders dan een speciaal voor dit doel opgerichte stichting. In ruil voor dit 'in administratie nemen' van aandelen van de oorspronkelijke aandeelhouders geeft het administratiekantoor weer zogenaamde certificaten van aandelen uit. Het bestuur van deze stichting oefent echter namens de stichting (als enig aandeelhoudster van de in beheer gegeven aandelen) het stemrecht op de aandelen uit. Het financiële en economische belang berust weer bij de certificaathouders. De stichting is verplicht de van de B.V. ontvangen dividenden door te betalen aan de certificaathouders. Zie voor uitgebreidere informatie hiervoor onder het kopje "certificering van aandelen".

Financiering

Naast dit alles zal de opvolger in staat moeten zijn de waarde van de aandelen aan de erfgenamen uit te keren. De financiering hiervan kan zwaar drukken op de liquiditeit van de onderneming. Het is dus verstandig al bij leven hier rekening mee te houden en de nodige fondsen daarvoor te reserveren. De toekomstige opvolger zou bijvoorbeeld zijn salaris en eventuele tantièmes in de B.V. kunnen laten zitten om zodoende hiervoor te sparen.

Financieringsproblemen kunnen bovendien worden voorkomen als de toekomstige opvolger al bij leven de aandelen verwerft. Geleidelijk aan zou de opvolger dan 51 % van de aandelen moeten verkrijgen. Zo krijgt hij al een meerderheid in de vergadering van aandeelhouders zonder daarvoor alle aandelen te hoeven kopen.